Valdecoxib en etoricoxib, door F. Holtkamp en E. Weening
Valdecoxib (Bextra®) en etoricoxib (Arcoxia®)
zijn nieuwe COX-2 (cyclo-oxygenase) selectieve NSAID's, geregistreerd voor
de symptomatische verlichting van artrose, reumatoïde artritis, en
etoricoxib ook voor acute jichtartritis. COX-2 selectieve NSAID's kunnen
van toepassing zijn indien gastro-intestinale bijwerkingen een probleem
vormen, of kunnen gaan worden voor patiënten. Valdecoxib en etoricoxib zijn
ontwikkeld om een gunstiger bijwerkingprofiel te hebben dan de bestaande
NSAID's en COX-2 selectieve NSAID's. Uit genoemde onderzoeken komen geen
klinische voordelen van deze middelen naar voren ten opzichte van de al
bestaande COX-2 selectieve NSAID's en conventionele NSAID's. Ook zijn er
grotere onderzoeken nodig, zoals uitgevoerd bij andere COX-2 selectieve
NSAID's, om betere data te krijgen over klinisch relevante
gastro-intestinale bijwerkingen als perforatie, symptomatische ulcus en
bloeding en over de mogelijke cardiale toxiciteit. Op grond hiervan zouden
valdecoxib en etoricoxib niet voorgeschreven moeten worden.
Valdecoxib en etoricoxib
zwaar op de maag?
F. Holtkamp en E. Weening, onder medeverantwoordelijkheid van de redactie
Samenvatting
Valdecoxib (Bextra®) en etoricoxib (Arcoxia®)
zijn nieuwe COX-2 (cyclo-oxygenase) selectieve NSAID's, geregistreerd voor
de symptomatische verlichting van artrose, reumatoïde artritis, en
etoricoxib ook voor acute jichtartritis. COX-2 selectieve NSAID's kunnen
van toepassing zijn indien gastro-intestinale bijwerkingen een probleem
vormen, of kunnen gaan worden voor patiënten. Valdecoxib en etoricoxib zijn
ontwikkeld om een gunstiger bijwerkingprofiel te hebben dan de bestaande
NSAID's en COX-2 selectieve NSAID's. Uit genoemde onderzoeken komen geen
klinische voordelen van deze middelen naar voren ten opzichte van de al
bestaande COX-2 selectieve NSAID's en conventionele NSAID's. Ook zijn er
grotere onderzoeken nodig, zoals uitgevoerd bij andere COX-2 selectieve
NSAID's, om betere data te krijgen over klinisch relevante
gastro-intestinale bijwerkingen als perforatie, symptomatische ulcus en
bloeding en over de mogelijke cardiale toxiciteit. Op grond hiervan zouden
valdecoxib en etoricoxib niet voorgeschreven moeten worden.
Abstract
Valdecoxib (Bextra®) and
etoricoxib (Arcoxia®) are new cyclo-oxygenase-2(COX-2)-selective
NSAIDs registered for
symptomatic relief of osteoarthritis and rheumatoid arthritis, and
etoricoxib also for acute gout. COX-2-selective NSAIDs can be used for
patients suffering from or at risk for NSAID- induced gastrointestinal
problems. Valdecoxib and etoricoxib have been developed to have less
adverse effects than the currently available NSAIDs and COX-2- selective
NSAIDs. The studies referred to in this article do not show any clinical
advantages of the two drugs compared to currently available
COX-2-selective NSAIDs and traditional NSAIDs. More extensive research
is needed, like former research on other COX-2-selective NSAIDs, to
obtain better data about clinically relevant gastrointestinal side effects,
such as perforation, symptomatic ulcer and bleeding and about possible
cardiac toxicity. On these grounds valdecoxib and etoricoxib should not be
prescribed.
Inleiding
Chronische gewrichtsaandoeningen als artrose en
reumatoïde artritis zijn progressief verlopende ziekten. Bij artrose neemt
de prevalentie toe met de leeftijd. Bij reumatoïde artritis is de
prevalentie ongeveer 1% van de bevolking, waarbij het driemaal vaker
voorkomt bij vrouwen dan bij mannen. Patiënten met gewrichtsaandoeningen
zijn vaak aangewezen op medicamenteuze behandeling met pijnbestrijders en
ontstekingsremmers. Bij osteoartrose is de eerste keus paracetamol als
pijnbestrijder, maar bij nachtelijke pijn of als er een
ontstekingscomponent aanwezig is, komen ook NSAID's in aanmerking. Voor
reumatoïde artritis zijn NSAID's aangewezen om de symptomen te bestrijden.
Bij onvoldoende effect komen ook disease modifying anti rheumatic
drugs (DMARD's) in aanmerking als therapiekeuze. Deze middelen kunnen
echter ernstige bijwerkingen hebben. Patiënten zijn vaak aangewezen op
chronisch gebruik van NSAID's. Bij risicopatiënten geeft NSAID-gebruik
vaak aanleiding tot gastro-intestinale bijwerkingen, vooral bij
langdurig gebruik. In zeldzame gevallen kunnen ze zelfs aanleiding geven
tot ernstige gastro-intestinale bijwerkingen als gastro-intestinale
symptomatische ulcus, bloeding of perforatie.[1] Voor het COX-2
selectieve NSAID rofecoxib is aangetoond dat de kans op gastro-intestinale
bijwerkingen minder groot is in vergelijking met conventionele NSAID's,
maar dat de kans op cardiale toxiciteit mogelijk wel vergroot is.[2]
Valdecoxib en etoricoxib zijn COX-2 remmers die onlangs in Nederland
geregistreerd zijn als ontstekingsremmers en pijnbestrijders voor het
gebruik bij artrose en reumatoïde artritis. In vitro hebben deze
middelen een nog grotere selectiviteit voor COX-2.[3] Of dit klinisch
tot een verbeterde effectiviteit en veiligheid leidt, wordt in dit stuk
beschreven.
Farmacologie
Dynamiek
COX-1 en COX-2 spelen een rol bij het
prostaglandinemetabolisme. De klassieke theorie van het constitutief
aanwezige COX-1 en het door inflammatie induceerbare COX-2 staat ter
discussie. In recente studies wordt in ontstoken synovia ook induceerbaar
COX-1 aangetoond. COX-1 speelt wel een rol bij diverse homeostatische
processen zoals plaatjesaggregatie, gastroprotectie en de
natrium-waterhuishouding. COX-2 is basaal aanwezig in hersenen en nieren.
Onder invloed van cytokines, groeifactor en tumorpromotoren wordt COX-2
verhoogd.[2]
Kinetiek
Valdecoxib wordt na orale toediening snel geresorbeerd
met een totale biologische beschikbaarheid van ongeveer 83%.[3] De
piekplasmaconcentratie wordt na ongeveer drie uur bereikt 4.
Valdecoxib wordt gemetaboliseerd door CYP3A4 en heeft een actieve
metaboliet die voor ongeveer 10% van de plasmaconcentratie van valdecoxib
voorkomt. Metabolieten worden voornamelijk uitgescheiden via de
urine.[1]
Etoricoxib wordt na orale toediening goed geabsorbeerd. De biologische
beschikbaarheid is nagenoeg volledig. De piekplasmaconcentratie wordt na
ongeveer één uur bereikt.[5]. Etoricoxib wordt bijna volledig
gemetaboliseerd, waarbij in vivo CYP3A4 een rol lijkt te spelen. De
vijf geïdentificeerde metabolieten worden voor het grootste gedeelte
uitgescheiden via de urine.[5]
Klinisch onderzoek
Valdecoxib
Valdecoxib is in meerdere onderzoeken vergeleken met
verschillende conventionele NSAID's voor de behandeling van reumatoïde
artritis (RA) en artrose (OA).
In een multicenter, dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoek is de
effectiviteit en veiligheid van eenmaal daags valdecoxib 5, 10 of 20 mg
vergeleken met naproxen 500 mg tweemaal daags, en placebo. Dit is gemeten
bij 1090 patiënten met RA in week 0, 2, 6 en 12 volgens de gebruikelijke
scoretabellen. Een significant verschil in effectiviteit en het optreden
van gastro-intestinale ulcera tussen de naproxen en de valdecoxibgroep 20
mg kon niet worden aangetoond.[6]
In een zesentwintig weken durend gerandomiseerd, multicenter,
dubbelblind, parallelgroeponderzoek is de effectiviteit en veiligheid van
valdecoxib 20 of 40 mg eenmaal daags vergeleken met diclofenac SR 75 mg
tweemaal daags. Dit is gemeten bij 722 patiënten met RA in week 0, 2 6,
8, 12, 18 en 26 aan de hand van de gebruikelijke symptoomscoremethoden. De
respons varieerde van week 2 tot en met week 26 van 17 tot 32% voor de
valdecoxib groepen en 18 tot 36% voor de diclofenacgroep. In week 26 werd
er geen significant verschil in respons, evenals voor de andere
symptoomscores, gevonden voor de verschillende behandelingsgroepen; met
32%, 32% en 36% voor respectievelijk de valdecoxib 20 mg, valdecoxib 40 mg
en diclofenac (p = 0,665). In de valdecoxibgroepen werden
minder endoscopisch aangetoonde maagulcera gevonden dan in de
diclofenacgroep (respectievelijk 2%, 2% en 13% (p < 0,001)). Significant
minder duodenale endoscopisch ulcera werden gevonden in de valdecoxib 40 mg
groep dan in de diclofenacgroep (respectievelijk 1% en 6% (p < 0,01).
Als gevolg van gastro-intestinale bijwerkingen stopten significant meer
patiënten in de diclofenacgroep (1,8%) met de studie dan in de
valdecoxibgroepen (20 mg: 4,5%; 40 mg: 5,5%)
(p 0,021).[7]
In een multicenter, gerandomiseerd, placebogecontroleerd onderzoek is de
effectiviteit en veiligheid van valdecoxib 5, 10 en 20 mg eenmaal daags
vergeleken met naproxen 500 mg tweemaal daags. Dit is gemeten bij 1019
patiënten met matig tot ernstige OA aan de hand van verschillende
symptoomscoremethoden in week 2, 6 en 12. De respons voor alle
valdecoxibgroepen en de naproxengroep lag rond de 45-50%, en verschilde
significant van de placebogroep met een respons van rond de 30% (p <
0,001). Er is geen significant verschil in respons tussen de
valdecoxibgroepen en naproxen. Alleen tussen valdecoxib 10 mg en de
naproxen werd een significant verschil gevonden in het aantal endoscopisch
aangetoonde ulcera (3% (95% BHI:1,1-6,9)).[8]
In een dubbelblind, multicenter, placebogecontroleerd,
parallelgroeponderzoek is de effectiviteit en veiligheid van eenmaal daags
valdecoxib 10 en 20 mg vergeleken met driemaal daags ibuprofen 800 mg en
tweemaal daags diclofenac 75 mg. Dit is gemeten bij 1052 patiënten met
OA in week 2, 6 en 12 volgens de gebruikelijke symptoomscores. Er stopten
meer patiënten in de placebogroep dan in de andere groepen (respectievelijk
22%, 8%, 8%, 5% en 6% voor placebo, valdecoxib 10 en 20 mg, ibuprofen en
diclofenac (p < 0,001). Effectiviteit was vergelijkbaar tussen de
groepen. Het aantal endoscopisch aangetoonde ulcera was na 12 weken kleiner
bij valdecoxib 10 en 20 mg in vergelijking met ibuprofen en diclofenac
(respectievelijk 16%, 17%, 5% en 4% (p < 0,05)) en vergelijkbaar met
placebo (7%).[9]
Etoricoxib
Etoricoxib is in meerdere onderzoeken vergeleken met het
gebruik van andere NSAID's voor de behandeling van reumatoïde artritis
(RA), artrose (OA) en acute jicht.
In een dubbelblind, gerandomiseerd, placebogecontroleerde studie zijn
gedurende twaalf weken 891 patiënten met RA, welke gedurende het stoppen
van NSAID-gebruik een verergering van RA lieten zien, behandeld met
placebo, 90 mg etoricoxib eenmaal daags of naproxen 500 mg tweemaal
daags. De effectiviteit is gemeten aan de hand van primaire eindpunten van
het aantal gevoelige en gezwollen gewrichten, patiënt- en
onderzoekersbevindingen aangaande ziekte-activiteit en secundaire
eindpunten van symptoomscoremethoden in week 0, 2, 4, 8 en 12. Gedurende
de studie stopten er in de placebogroep meer patiënten dan in de andere
groepen (respectievelijk 25,2%; 12,5% en 10,5% (p < 0,001)
voor placebo, etoricoxib en naproxen). Tussen etoricoxib en naproxen was er
geen significant verschil in effectiviteit op primaire of secundaire
eindpunten en was het significant ten opzichte van placebo
(p < 0,001) (voor een aantal eindpunten
p < 0,05). Er waren geen verschillen in gastro-intestinale
bijwerkingen tussen de behandelde groepen (respectievelijk 10,1%, 10,8% en
11,6% voor placebo, etoricoxib en naproxen).[10]
Bij een studie met een vergelijkbare opzet als bovengenoemde studie bij
816 patiënten met RA, werd een significant verschil gevonden ten opzichte
van placebo voor alle vier primaire eindpunten voor etoricoxib en naproxen
(VAS-schaal voor ziekteactiviteit een afname ten opzichte van placebo
van respectievelijk 17 (95% BHI: 20,3-13,7) en 11,5 (15,4-7,5)). Voor alle
vier primaire eindpunten was de effectiviteit wel significant groter voor
etoricoxib ten opzichte van naproxen (-5,5 (-9,5, -1,6) op de
VAS-pijnschaal). De uitval vanwege onvoldoende effectiviteit was bij
etoricoxib significant lager dan bij naproxen en placebo (respectievelijk
21,7%, 36,5% en 54,5% (p < 0,01)). Er waren geen
significante verschillen in bijwerkingen tussen de behandelde groepen.[11]
In een twaalf weken durend gerandomiseerd, dubbelblind,
placebogecontroleerd vergelijkend onderzoek werd de effectiviteit van
etoricoxib 60 mg één keer daags vergeleken met naproxen 500 mg twee keer
daags. Dit is gemeten bij 501 patiënten met OA in week 0, 2, 4, 8 en 12.
Etoricoxib en naproxen vertoonden significant meer effectiviteit dan
placebo, waarbij de effectiviteit voor etoricoxib en naproxen vergelijkbaar
waren voor de drie primaire eindpunten (Voor de VAS-pijnschaal -15,33
(95%BHI: -20,70, -9,96); -25,76 (-28,58, -22,94); -25,32 (-28,13,
-22,50) voor respectievelijk placebo, etoricoxib en naproxen). Er waren
geen significante verschillen in gastro-intestinale bijwerkingen tussen de
groepen.[12]
In een gerandomiseerde dubbelblinde studie is bij 150 patiënten met een
acute jichtaanval het effect van eenmaal daags 120 mg etoricoxib vergeleken
met driemaal daags 50 mg indometacine gedurende acht dagen. Het effect is
gemeten aan de hand van het primaire eindpunt van een
4-puntsschaal voor de pijn van de patiënt. Er kon geen verschil
worden aangetoond tussen etoricoxib en indometacine in effect en snelheid
van intreding van het effect.[13]
Bijwerkingen
Bijwerkingen van valdecoxib en etoricoxib komen overeen
met bijwerkingen van conventionele NSAID's en kunnen worden verdeeld in
gastro-intestinale bijwerkingen, bijwerkingen op de nier, huidreacties en
centrale bijwerkingen. In zeldzame gevallen komen
overgevoeligheidsreacties, bijwerkingen op de lever en hematologische
bijwerkingen voor. Vooral de gastro-intestinale bijwerkingen zijn in
klinisch onderzoek onderzocht en vergeleken met andere NSAID's.
Bijwerkingen op de nier komen in dezelfde mate voor als bij
conventionele NSAID's. Huidreacties en overgevoeligheidsreacties zijn
vergelijkbaar met conventionele NSAID's. In zeldzame gevallen komen voor
Steven-Johnson syndroom, Lyell's syndroom, purpura en fotoallergische
reacties. Voor deze zeldzame reacties is door de FDA voor gewaarschuwd
in het geval van valdecoxib-gebruik. Bijwerkingen op het centrale
zenuwstelsel die kunnen voorkomen zijn hoofdpijn, duizeligheid,
verwardheid, tinnitus, sufheid, slapeloosheid; zelden visusstoornissen,
depressie, paresthesie en aseptische meningitis. Of valdecoxib en
etoricoxib een grotere kans hebben op myocardinfarcten dan conventionele
NSAID's is nog onduidelijk.[1, 4, 5]
Interacties
Interacties van valdecoxib en etoricoxib zijn
vergelijkbaar met andere NSAID's. Valdecoxib en etoricoxib hebben een
interactie met lisdiuretica, ACE-remmers, lithium, methotrexaat, warfarine
en corticosteroïden. Hoewel niet onderzocht kan een interactie verwacht
worden bij gelijktijdig gebruik met cyclosporine en tacrolimus, omdat
gelijktijdig gebruik van deze middelen met een NSAID voor een verhoogd
nefrotoxisch effect kan zorgen. Gelijktijdig gebruik van etoricoxib met
laaggedoseerd acetylsalicylzuur beïnvloedt niet de
trombocytenaggregatie, maar wel de kans op gastro-intestinale ulceratie.
Voor patiënten met een hoog risico op digoxinetoxiciteit wordt controle op
digoxinespiegel aanbevolen bij gelijktijdig gebruik van etoricoxib met
digoxine. Voor valdecoxib is hier niets over bekend.[1, 4, 5]
Contra-indicaties
Voor valdecoxib en etoricoxib gelden dezelfde
contra-indicaties als die voor conventionele NSAID's gelden.
Kinderen en adolescenten beneden de 16 jaar (voor valdecoxib 18 jaar)
mogen deze middelen niet gebruiken. Ook is voorzichtigheid geboden bij
risicopatiënten zoals patiënten met een verminderde nierdoorbloeding (als
gevolg van bijvoorbeeld onbehandeld hartfalen of cirrose), patiënten met
vochtretentie, oedeem of hypertensie en bij patiënten met een
voorgeschiedenis van gastro-intestinale perforatie, ulcera of een bloeding
(PUB). Overgevoeligheid voor sulfonamiden vormt een contra-indicatie
voor valdecoxib. Bij symptomen en/of tekenen van leverdysfunctie moet de
leverfunctie worden gecontroleerd.[4, 5]
Zwangerschap en lactatie
Gebruik van valdecoxib en etoricoxib wordt afgeraden bij
vrouwen die in verwachting willen raken. In dieronderzoek is een toxisch
effect op de voortplanting waargenomen bij valdecoxib en etoricoxib. Bij de
mens is dit onbekend. Prostaglandinesyntheseremmers kunnen in het
laatste trimester van de zwangerschap aanleiding geven tot een vervroegde
sluiting van de ductus Botalli.[4, 5]
Het is onbekend of valdecoxib of etoricoxib in de moedermelk wordt
uitgescheiden. Voor vrouwen die borstvoeding geven, moet een afweging
worden gemaakt of ze de borstvoeding moeten stoppen of moeten stoppen met
het gebruik van valdecoxib, waarbij de noodzakelijkheid van het medicijn
voor de moeder een rol moet spelen.[4] Vrouwen die etoricoxib gebruiken
mogen geen borstvoeding geven.[5]
Handelspreparaat, dosering en prijs
Valdecoxib is in Nederland per 1 maart 2003
geregistreerd en zal naar verwachting per september in de taxe verschijnen
voor 10 en 20 mg tabletten. Etoricoxib is geregistreerd in Nederland en
wordt geleverd door MSD als filmomhulde tablet in 60, 90 of 120 mg.
| Generieke naam |
Merknaam |
Vergelijkbare
dagdosis
|
Prijs per dag |
| |
|
|
|
| Valdecoxib |
Bextra® |
10 mg
|
1,13* |
| Valdecoxib |
Bextra® |
20 mg
|
1,13* |
| Valdecoxib |
Bextra® |
40 mg
|
1,13* |
| Etoricoxib |
Arcoxia® |
60 mg
|
1,13 |
| Etoricoxib |
Arcoxia® |
90 mg
|
1,24 |
| Etoricoxib |
Arcoxia® |
120 mg
|
1,36 |
| Ibuprofen |
|
1200 mg
|
0,17 |
| Diclofenac |
|
150 mg
|
0,42 |
| Naproxen |
|
1000 mg
|
0,63 |
| Celecoxib |
Celebrex® |
200 mg
|
1,13 |
| Rofecoxib |
Vioxx® |
25 mg
|
1,13 |
| |
|
|
|
|
Apotheekinkoop, exclusief BTW, Z-index
augustus 2003 * gegevens fabrikant
|
| |
|
|
|
Voorlichting aan de patiënt
Deze middelen kunnen nog wel maagproblemen veroorzaken
ondanks het feit dat ze als veiliger gepromoot worden. Daarom moet u alert
zijn op tekenen van een maagzweer of maagbloeding zoals buikpijn of
donkergekleurde ontlasting. In dat geval dient u te stoppen met het
geneesmiddel en direct de arts te waarschuwen. Ook bij tekenen van
huiduitslag, gewichtstoename en oedeem dient het gebruik van het
geneesmiddel te worden gestaakt en moet contact worden gezocht met een
arts. In geval van een anafylactische shock dient direct medische hulp
te worden gezocht. Ook bij tekenen van leverschade (bijvoorbeeld
verkoudheidssymptomen, vermoeidheid) dient gestopt te worden met het
geneesmiddel en contact opgenomen te worden met de arts. Het is voor de
arts of apotheker belangrijk om te weten of u nog andere geneesmiddelen
gebruikt, aangezien sommige andere geneesmiddelen de werking van valdecoxib
of etoricoxib kunnen beïnvloeden.
Conclusie
In diverse onderzoeken is een vergelijkbare
effectiviteit aangetoond van valdecoxib en etoricoxib bij patiënten met
artrose of reumatoïde artritis met conventionele NSAID's als naproxen en
diclofenac. Een duidelijke vermindering van gastro-intestinale
bijwerkingen van valdecoxib en etoricoxib ten opzichte van de
conventionele NSAID's kon in genoemde onderzoeken niet worden aangetoond.
Klinisch relevante bijwerkingen als gastro-intestinale perforatie,
symptomatische ulcus en bloeding komen zo weinig voor, dat ze met de
omvang van de hier genoemde onderzoeken niet konden worden aangetoond.
Hetzelfde geldt voor de mogelijke cardiovasculaire toxiciteit van COX-2
remmers. Valdecoxib en etoricoxib zijn nog niet vergeleken met bestaande
COX-2 remmers, waarbij voor bestaande COX-2 remmers al grote
effectiviteit en veiligheidsstudies zijn verricht. Op grond hiervan bestaan
geen duidelijke voordelen voor gebruik van valdecoxib en etoricoxib ten
opzichte van de al bestaande COX-2 remmers en zouden ze daarom niet
voorgeschreven moeten worden.
Literatuur
1 Anoniem. Informatorium Medicamentorum 2003.
2 Weening EC et al. Plaatsbepaling COX-2 selectieve NSAID's. Pharma
Selecta 2003;19:27-31.
3 Stichtenoth DO et al. The second generation of COX-2 inhibitors: What
advantages do the newest offer? Drugs 2003;63:33-45.
4 EMEA 2002 Application number 21-341: Valdecoxib (Bextra®).
5 IB-tekst etoricoxib (Arcoxia®). 9 juli 2002.
6 Kivitz A et al. Randomized placebo-controlled trial comparing
efficacy and safety of valdecoxib with naproxen in patients with
osteoarthritis. The Journal of Family Practice 2002;6:530-537.
7 Pavelka K et al. Valdecoxib is as effective as diclofenac in the
management of rheumatoid arthritis with a lower incidence of gastroduodenal
ulcer: results of 26-week trial. Rheumatology 2003;42:1-9.
8 Bensen W et al. Efficacy and safety of valdecoxib in treating the
signs and symptoms of rheumatoid arthritis: a randomized, controlled
comparison with placebo and naproxen. Rheumatology 2002;41:1008-1016.
9 Sikes DH et al. Incidence of gastroduodenal ulcers associated with
valdecoxib compared with that of ibuprofen and diclofenac in patients with
osteoarthritis. Eur J Gastroenterology and Hepatology
2002;14:1101-1111.
10 Collantes E et al. A multinational randomized, controlled, clinical
trial of etoricoxib in the treatment of rheumathoid arthritis. BMC Family
Practice 2003;11:10.
11 Matsumoto AK et al. A randomized, controlled, clinical trial of
etoricoxib in the treatment of rheumatoid arthritis. J Rheumatology
2002;29:1623-1630.
12 Leung AT et al. Efficacy and tolerability profile of etoricoxib in
patients with osteoarthritis: A randomized, double-blind, placebo and
active-comparator controlled 12-week efficacy trial. Current Medical
Research and Opinion 2002;2:49-58.
13 Schumacher HR et al. Randomised double blind trial of etoricoxib and
indometacin in treatment of acute gouty artritis. BMJ
2002;324:1488-1492.
|